GA TERUG
Anesthesietechnieken

Toon submenu

Anesthesietechnieken

Voorlichting over verdovingstechnieken

Algehele anesthesie

Bij algehele anesthesie of narcose krijgt u van de anesthesioloog via een infuus een combinatie van pijnstillers en slaapmiddelen toegediend, waardoor u snel na toedienen in een diepe slaap valt. Door deze middelen stopt u ook met ademhalen en moeten wij uw ademhaling overnemen. Daarom brengen wij na het in slaap maken een beademingsbuisje in de mond in en sluiten we deze aan op de beademingsmachine. Tijdens de operatie wordt uw beademing en bloedsomloop bewaakt door een anesthesiemedewerker. Indien nodig krijgt u medicijnen om uw vitale functies te ondersteunen.

Bijwerkingen algehele anesthesie

De anesthesiologie is tegenwoordig zeer veilig geworden door het toepassen van moderne apparatuur en medicijnen in combinatie met een zeer goede opleiding van anesthesiologen en anesthesiemedewerkers. Desondanks zijn complicaties en bijwerkingen niet altijd te vermijden. Er zijn een aantal bijwerkingen en complicaties die kunnen optreden tijdens of na algehele anesthesie. De meest voorkomende behandelen we hieronder:

  • Misselijkheid: Eén van de meest voorkomende klachten na een operatie is misselijkheid. Dit kan in zeldzame gevallen gepaard gaan met braken. Er zijn medicijnen beschikbaar om dit te voorkomen of zoveel mogelijk te verhelpen, maar 100% garantie is niet mogelijk. Misselijkheid zal vanzelf weer overgaan, maar hoe lang dat duurt is niet van tevoren te voorspellen.
  • Keelpijn: Door het inbrengen van het beademingsbuisje kan u na de operatie last krijgen van keelpijn. Om dit tegen te gaan kunt u, zodra u goed wakker bent op de uitslaapkamer, slokjes water krijgen of een waterijsje. Ook deze keelklachten zijn tijdelijk en zullen dus na enkele dagen weer over zijn.
  • Gebitsschade: bij het inbrengen van een beademingsbuisje kan uw gebit beschadigd raken.

Sedatie

Bij sedatie dienen we dezelfde middelen toe als bij algehele anesthesie maar dan in een veel lagere dosering. We kunnen de diepte van sedatie variëren naar wens van u en van de operateur. Bij sommige operaties is het noodzakelijk dat u wel aanspreekbaar bent maar wel lekker ontspannen, bij andere operaties mag de sedatie zodanig diep zijn dat u lekker slaapt. Het grote voordeel van sedatie is dat u sneller wakker bent, u geen of nauwelijks risico loopt op misselijkheid en braken en er hoeft ook geen beademingsbuis ingebracht te worden zodat u ook geen keelpijn heeft na de operatie. Helaas kan deze techniek niet bij alle operaties toegepast worden.

Sedatie is alleen mogelijk in bepaalde gevallen:

  • De ingreep is niet zo pijnlijk
  • De operateur verdooft het operatiegebied zelf lokaal met verdovingsvloeistof

Sedatie kan ook gecombineerd worden met andere verdovingstechnieken.

Spinale anesthesie (de ruggenprik)

Bij spinale anesthesie of ruggenprik krijgt u een prik in de rug en wordt verdovingsvloeistof in de rug gespoten. Deze verdovingstechniek is met name geschikt indien het operatiegebied onder de navel is. Door het inspuiten van de verdovingsvloeistof in de rug worden zenuwsignalen afkomstig vanuit uw benen die naar uw hersenen gaan geblokkeerd, dus ook pijnsignalen. Hierdoor zult u een gevoel hebben alsof uw beide benen “slapen”, een tintelend gevoel. Doordat ook de signalen van de hersenen naar de benen worden geblokkeerd kunt u uw benen niet meer bewegen. Het prikje zelf is vaak minder pijnlijk dan een prikje voor het infuus, dit is echter per cliënt verschillend. Tijdens het prikken kan het zijn dat u schokjes of tintelingen ervaart die uitstraalt naar één of beide benen of naar het stuitje. Dit is niet erg, maar het is wel belangrijk om het te melden
aan de anesthesioloog. Bij deze verdovingstechniek blijft u tijdens de operatie dus gewoon wakker. Dat maakt het ook mogelijk om bij bepaalde operaties mee te kunnen kijken met de operatie op een beeldscherm, bijvoorbeeld bij kijkoperaties in de knie of enkel. Vaak geeft de operateur dan ook uitleg over wat hij/zij ziet en doet. Indien geen gebruik wordt gemaakt van een camera, dan kunt u niets zien van de ingreep.

Bijwerkingen van de ruggenprik

Ook deze techniek heeft mogelijke bijwerkingen. Deze komen veel minder vaak voor dan de bijwerkingen of complicaties van algehele anesthesie:

  • Daling van de bloeddruk: Tijdens of na het prikken kan het zijn dat uw bloeddruk daalt. Dit ervaart u als een licht gevoel in uw hoofd, soms zelfs gecombineerd met misselijkheid. Het is belangrijk dat u dit meldt aan de verpleegkundige of anesthesioloog. Via het infuus kunnen dan medicijnen worden toegediend die snel de bloeddruk laten stijgen.
  • Hoog blok: Soms stijgt de verdoving tot boven het niveau van de navel, misschien zelfs wel tot boven tepelniveau al of niet met tintelingen in de armen. Dit kan ook voor wat kortademigheidsklachten zorgen. We kunnen de houding van het lichaam dan aanpassen of u wat extra zuurstof toedienen via een slangetje in de neus.
  • Hoofdpijn: Na de operatie kan er een hele kenmerkende hoofdpijn optreden. Deze hoofdpijn komt op zodra u gaat zitten en staan (verticale houding) en verdwijnt weer als u gaat liggen. Dit is een zeer zeldzame complicatie, maar kan wel vervelend zijn na de operatie. Het zal altijd vanzelf overgaan, maar dit kan enkele dagen duren. In heel uitzonderlijke gevallen zelfs weken. Bedrust is dan nodig. Veel drinken, met name cafeïne houdende dranken zoals koffie zouden kunnen bijdragen aan een sneller herstel.
  • Tijdens de werking van de ruggenprik kunt u niet meer plassen. Na de operatie zal regelmatig bekeken worden of uw blaas niet teveel gevuld is mbv speciale apparatuur. Indien deze te vol is en u kunt door de ruggenprik nog niet zelf plassen, zal u eenmalig gekatheteriseerd worden om schade aan de blaas te voorkomen.Tijdens het uitwerken van de ruggenprik is de mogelijkheid om te plassen vaak het laatste dat terugkeert. Indien u in dagbehandeling geopereerd wordt, dient u voor ontslag te kunnen plassen alvorens u de kliniek verlaat.

Prikken is lastig of lukt niet

Soms komt het voor dat het prikken van een ruggenprik zeer lastig is. Zeker bij artrose, afwijkende standen van de wervelkolom of door andere afwijkingen in de rug kan het zijn dat het niet meteen lukt. Uitzonderlijk kan het voorkomen dat het de behandelend anesthesioloog zelfs helemaal niet lukt om de ruggenprik te zetten. In dat geval zal de
anesthesioloog toch algehele anesthesie geven om de operatie mogelijk te maken.

Ruggenprik combineren met sedatie tijdens de operatie

Indien u tijdens de operatie niets van de operatie wil meekrijgen, dan is het ook mogelijk om een ruggenprik te combineren met sedatie. Het grote voordeel hiervan is dat de kans op bijwerkingen van algehele anesthesie zeer klein is. De kans op bijwerkingen van een ruggenprik blijft natuurlijk wel onverminderd aanwezig.

Klachten thuis na de ruggenprik?

Indien u na een ruggenprik thuis ernstige pijn in de rug ervaart met toenemende gevoelloosheid en/of krachtsverlies in de benen, dan dient u zo spoedig mogelijk contact op te nemen met Bergman Clinics, telefoonnummer 088-9000 500. Vermeld dan uw naam, operatie, operateur, locatie waar de operatie heeft plaatsgevonden en vraag naar de dienstdoende anesthesioloog. U wordt door het Contact & Service Center verder geholpen.

 

Locoregionale anesthesie (verdoving ledemaat)

Operaties aan de schouder/arm/hand of voet worden ook onder zogenaamde locoregionale verdoving uitgevoerd. Daarbij wordt een zenuw(bundel), die de gevoelssignalen van een ledemaat naar de hersenen stuurt, tijdelijk verdoofd door met een naald rondom de zenuw(bundel) verdovingsvloeistof te injecteren. Doordat ook de signalen van de hersenen naar een ledemaat blokkeren, kunt u de betreffende ledemaat ook niet meer bewegen. Vaak maken we gebruik van echoapparatuur om de zenuw op te zoeken zodat we heel nauwkeurig de verdovingsvloeistof kunnen spuiten rondom de zenuw.

Bij schouderoperaties wordt de schouderverdoving vrijwel altijd gecombineerd met algehele anesthesie. Bij voetoperaties die onder een ruggenprik worden geopereerd kan ook een zenuwverdoving met u worden afgesproken, in dat geval voor goede pijnstilling na de operatie. Zowel bij schouder- als bij voetoperaties zorgt locoregionale anesthesie voor zeer goede pijnstilling NA de operatie gedurende langere tijd. Soms kunnen dergelijke verdovingen tot wel 24 uur blijven zitten. Bij operaties aan de hand en pols wordt de operatie uitgevoerd onder alleen deze verdoving. Ook hier geldt dat de verdoving soms wel tot 24 uur blijft zitten. Dit is niet erg, zolang de verdoving werkt heeft u ook geen pijn.

Bijwerkingen van locoregionale anesthesie

Ook bij locoregionale anesthesie kunnen er bijwerkingen of complicaties
optreden.

Voor locoregionale anesthesie bij alle operaties:

  • Zenuwschade: Doordat de verdovingsnaald dichtbij de zenuw wordt geplaatst, kan er schade aan de zenuw ontstaan. Zenuwschade ten gevolge van de prik is zeer zeldzaam. De kans hierop varieert van 1 op de 4.000 tot 1 op de 200.000. Hoewel dit tijdelijk is, kan herstel van zenuwschade lang duren. Sinds de komst van echografie om de zenuwen te lokaliseren komt dit nog zelden voor. Tegenwoordig wordt bij schouderoperaties alle verdoving met een echo geprikt.
  • Verdoving werkt niet (volledig): Het kan voorkomen dat niet alle zenuwen goed verdoofd zijn waardoor u toch pijn ervaart in het operatiegebied. Toch zal de pijn substantieel minder zijn dan als u de verdovingsprik niet heeft gehad. De resterende pijn is vaak goed te behandelen met tabletten. Indien u alleen onder locoregionale anesthesie geopereerd wordt en de verdoving zit niet voldoende om geopereerd te worden, dan kan alsnog besloten worden om algehele anesthesie of sedatie toe te passen tijdens de ingreep.

Specifiek bij schouder- en handoperaties:

  • Kortademigheid: Dit komt doordat een zenuw die naar een deel van het middenrif gaat ook verdoofd is. Het middenrif verzorgt een deel van de ademhaling. Dit is een bijwerking die vanzelf overgaat, maar kan wel vervelend zijn.

NB: Indien u met een verdoofde arm/been naar huis gaat is het van belang dat u goed oplet hoe u deze plaatst of neerlegt. Door de verdoving voelt u namelijk niet of de arm of het been verkeerd of tegen iets hards aanligt en krijgt u geen waarschuwing over warmte en koude. Indien u nieuwe symptomen zoals tintelingen, verdoofd gevoel of spierzwakte ervaart nadat een zenuwblokkade is uitgewerkt dient u zo spoedig mogelijk contact op te nemen met Bergman Clinics, telefoonnummer 088-9000 500. Dit kan een symptoom zijn van secundaire schade door een hematoom of infectie. Omdat herstel van de zenuwfunctie afhankelijk is van het op tijd diagnosticeren en behandelen van de oorzaak dient u onverwachte veranderingen niet te onderschatten.

Zodra u contact heeft met een medewerker van het Contact & Service Center, geef dan uw naam, operatie, operateur en de locatie waar de operatie heeft plaatsgevonden door en vraag naar de dienstdoende anesthesioloog. U wordt door het Contact & Service Center verder geholpen.



Bel ons!
Bel voor informatie   088 9000 500
Wij bellen u

Vul onderstaand formulier in en u wordt zo spoedig mogelijk terug gebeld.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld:

Bedankt voor uw terugbelverzoek.
Wij nemen zo spoedig mogelijk telefonisch contact met u op.

Maak een afspraak

Vul onderstaand formulier in op een afspraak in te plannen bij Bergman Clinics.

Niet alle velden zijn (juist) ingevuld:

Naam:
E-mailadres:
Telefoonnummer:
Locatie:

Bedankt voor uw verzoek om een afspraak te maken.
Wij nemen zo spoedig mogelijk telefonisch contact met u op.