Een liesbreuk klinkt heftiger dan het vaak is, maar het is wel iets om serieus te nemen. Het goede nieuws: de klachten zijn meestal goed te herkennen én goed te behandelen. Hieronder leggen we helder uit waardoor een liesbreuk ontstaat en welke symptomen je kunt krijgen.
Oorzaken van een liesbreuk
Een liesbreuk ontstaat meestal door een combinatie van aanleg en verhoogde druk op de buik. De buikwand is op een bepaalde plek minder sterk en kan deze druk niet goed opvangen.
Veelvoorkomende oorzaken zijn:
Aangeboren zwakke plek
Sommige mensen hebben van nature een zwakkere plek in de buikwand. Hier kun je jarenlang geen last van hebben, totdat de druk op de buik toeneemt.
Verhoogde buikdruk
Bijvoorbeeld door vaak zwaar tillen, persen bij verstopping, langdurig hoesten of intensieve lichamelijke inspanning.
Zwangerschap
Door hormonale veranderingen en extra druk op de buik kan de buikwand verzwakken.
Overgewicht
Extra gewicht zorgt voor meer druk op de buikwand.
Leeftijd
Met het ouder worden verliezen spieren en bindweefsel aan stevigheid.
Mannen krijgen vaker een liesbreuk dan vrouwen. Bij vrouwen zijn de klachten soms minder duidelijk, waardoor een liesbreuk later wordt herkend.
Symptomen van een liesbreuk
De klachten verschillen per persoon. Sommige mensen ervaren vooral pijn, anderen vooral een zwaar of drukkend gevoel. De klachten nemen vaak toe bij inspanning en worden minder bij rust.
Meest voorkomende symptomen:
Een bult of zwelling in de lies
Deze is vaak beter zichtbaar bij staan, hoesten, persen of tillen. In liggende houding kan de bult kleiner worden of verdwijnen.
Zeurende of branderige pijn
De pijn kan uitstralen naar de onderbuik, bovenbenen of bij mannen richting de balzak.
Een drukkend of zwaar gevoel
Vooral aan het einde van de dag of na lichamelijke inspanning.
Klachten die toenemen bij inspanning
Bijvoorbeeld bij sporten, tillen of langdurig staan, en die afnemen bij rust.
Niet iedereen heeft een zichtbare bult. Het is mogelijk om wel pijn of ongemak te ervaren zonder duidelijke zwelling. Dit komt relatief vaker voor bij vrouwen.
