Nabehandeling
Na de ingreep krijgt u gedurende één week een gipsspalk. Na deze periode wordt een beschermende spalk gemaakt of nieuw gips aangelegd die je tot 6 weken na de ingreep dient te dragen. De vingers kunt u gewoon bewegen in deze spalk/gips. Eventuele niet oplosbare hechtingen worden na ongeveer 10 tot 14 dagen verwijderd door de handtherapeut.
Herstel
Bij ingrepen aan de botten en gewrichten van de pols kunt u pijnklachten krijgen na de operatie die meestal goed reageren op pijnstilling en het hoog houden van de hand. Een gevoeligheid van de hand en pols gedurende enige maanden tot een jaar na de ingreep is normaal, en dit verdwijnt langzamerhand. Na zes tot acht weken is de pols stevig genoeg om nagenoeg weer volledig te kunnen belasten. De metalen plaat hoeft niet verwijderd te worden, behalve als deze op termijn pijnklachten veroorzaakt.
Complicaties
Na elke operatie kunnen complicaties optreden. Na deze ingreep kunnen de volgende complicaties optreden:
- Letsel van een zenuwtakje in het operatiegebied met als gevolg een verminderd of veranderd gevoel in een deel van de huid
- Chronische pijnsyndroom (lees meer over CRPS/dystrofie)
- Infectie
- Bloeduitstorting
- Pijnklachten van de metalen plaat en/of schroeven
- Niet of vertraagd vastgroeien van de botten waardoor weer pijnklachten kunnen ontstaan
Na uw operatie krijgt u een brief mee met de telefoonnummers die u kunt bellen in geval van problemen binnen en buiten kantooruren.
